Pasternak

02-11-2015 14:27

Toeval, bestaat het?

Een mens zou na de dag van vandaag wel heel erg gaan twijfelen. Ik besloot vandaag alle andere plannen te laten vallen en recht op mijn doel af te gaan. Ik parkeer mijn auto op de Herzberger Landstrasse, en ga te voet verder. Ik sta voor Loufried. "Vooruit met de geit",  dacht ik. 10 knopjes, 10 appartementen, en de kleindochter van Marie Apel nergens te bespeuren. Ik glip de woonst langs achter binnen en zie een deurbel "Pasternak"..., bellen maar. De man die de deur opent vraagt me wat ik nodig heb. Ik zeg onmiddellijk "Hallo, komme aus Belgien, bin Schriftstellerin... verheiratet zu einen Professor der Iranistik, und habe ein Büchlein geschrieben".  De mens in kwestie krijgt alle kleuren van de regenboog. "Bin Hans Pasternak, so genau wie der Schriftsteller".... Diegene die Lou en Rilke naar Tolstoj leidde. De man is totaal beduusd. "U staat hier zo plots, zo vastberaden en zonder afspraak, maar iets zegt me dat ik u moet binnenlaten". Vier uur later zit ik nog bij Hans, die ik intussen mag dutzen. De man lijkt wel van de wereld wanneer we samen het boek doornemen. "Weet je", zegt hij "Jij bent de eerste die hier toekomt, en me de dingen verklaart zoals Mariechen me ze vertelde. Jij bent speciaal.  Mag ik je een roos bij je koffie leggen?"

 

Ik vraag "kom Hans, vertel me toch nog meer over Lou. Hoe was ze? Je kende haar dochter nog... je weet vast meer!"... Hans zegt "Hoe ze was weet jij blijkbaar heel goed. Maar ik zal je wat leuks vertellen." Lou bleek een dierenmens te zijn, iets wat niet direct ergens stond opgetekend en waarvan ik dus niet het flauwste idee had. Ze kweekte haar eigen beverratten, hield varkens. Er kon geen kat met drie poten of hond met 1 oor in de buurt wonen, of het mocht bij "die Hexe vom Hainberg" blijven. Ze leefde op 1 of andere manier in harmonie met haar man, desondanks ze mekaar niet steeds nodig hadden... Dat was het sterke. Andreas kwam vaak mopperen, terwijl Lou weereens overliep van ideeën. Lou was altijd vreugde, nooit hardheid. Wanneer ze hard was, zag ze af, maar dan ook echt en ten volle. Ze liet dat dan ook met enige logica weten aan diegene die het veroorzaakte. Maar steeds rees ze vastberadener op uit haar asse, als een echte fenix.

Nietzsche... De man die eigenlijk veel te veel aandacht kreeg naar mijn mening (zo lang heeft ze hem echt niet gekend), die hoefde ze eigenlijk niet. Ooit probeerde hij haar te kussen. Ze merkte zijn rotte tanden vanonder zijn snor en verkocht m een vuistslag. Ze was erg lang, en dat kleine "manneke" keek zo plots recht naar boven...  De arme Fritz had een bloedlip, heeft ze nog vaak om gelachen en gegrold met Marieke en Anna Freud. Marieke zag haar als moeder oprecht graag en was ook zoals zij. Mijn half dagje Hainberg brengt me zoveel aangename verrassingen die er eigenlijk nauwelijks zijn.

Maar sterk, zegt Hans, hoe je het Lebensgebet hebt geïnterpreteerd. Mariechen vertrouwde me toe dat er verborgen  "pikuren" inzaten. Fritz zei ooit dat die laatste strofe 'm was ingegeven "door 1 of andere Russin" (eine gewisse Russin). Je was zo snel om er onmiddellijk "ecce Homo" bij te betrekken, maar je hoeft Nietzsche ook niet echt he. Ik trek even mijn neus op en we lachen beiden heel hard. Rilke moet wat een vervelend jong geweest zijn die veel in de buurt hong en Lou niet echt kon lossen. Hij smeekte haast om therapie. Lou moet daar hard om gelachen hebben "Maar Rainer, jongen toch, allez, als ik u genees, dan kan jij geen gedichten meer schrijven".

Hans verklaart me nogmaals hoe geschrokken hij is, maar hoe blij. "Je staat hier met het meest lieflijke boekje... helemaal niet doorspekt met zware taal, maar vol liefde. Op de cover prijkt de juiste foto. Je hebt ze helemaal gevat. Wie ben jij toch?" Hij blijft begeesterd foto's uitpakken, onder andere een portret gemaakt door de Zweedse hofschilder, in opdracht van Freud. "Dit", zegt hij, "zag nog niemand".

 

Hans neemt me mee in de tuin... We eten een appel van de boom die Lou plantte. Hans vertrouwt me de ware toedracht "Heks van de Hainberg" toe. Lou stond in haar mooie jas en met haar hoge schoenen vaak in de tuin. Ze reed met de kruiwagen mest aan en af. In de buurt totaal gezien als dame-onwaardig. Ze douchte zich ook aan de bron in de tuin. Hier, waar je dat putje ziet, daar was de bron. Veerle, Knopskaya, jij moet aan die bron gaan staan. Ik wil dat je de steen vastpakt waarop ze haar naam schreef. Pak 'm vast. Hans neemt mijn hand vast, en kust liefdevol de handtekening van Lou die op mijn hand rust. We eten nog een appeltje van de boom die Lou zelf plantte.

 

Ik ga met Hans op het terras van Loufried staan en roep "Hans, das war ein WEIB"... Hans bevestigt en zegt "Heute ist so ein schöner Tag".

Ik merk dat ik richting faculteit moet en Hans besluit mee naar de stad te stappen. Ik schenk 'm wat Belgisch bier uit mijn geheime arsenaal. "Gulden Draak", 10 graden. Dat kan hij vanavond wel gebruiken dacht ik zo. Hij vertelt me nog dat hij zo graag een museum wil oprichten.  Hij geeft me ook enkele originele foto's van het oude Loufried en zegt "ze horen bij jou".... "Trouw met me, trouw met mijn zoon, of nee...ik adopteer je, blijf bij ons" ... "Als ik ooit een stuk Loufried opkoop, jij komt er toch wonen?". Hans wuift en roept "Heute gab es Geschichte"... Als dit allemaal gestoord lijkt. Ok, dan waren we maar gestoord. Maar blij gestoord!

Of ik ga kunnen slapen vannacht? Wat denk je nu zelf?

Nog een woordje van mijn gastheer:  www.youtube.com/watch?v=Lmrsc4EfLUM&feature=youtu.be